top of page

Een beetje geschiedenis

Over Roxy Palace

Achter deze bescheiden Art Deco gevel schuilt een verborgen parel van Rumsts erfgoed.

 

Dit gebouw in de Statiestraat in Rumst kende een bewogen geschiedenis en verschillende benamingen, bestemmingen en eigenaars.

Scène 1

De komst van een tweede cinema in Rumst

De “oude cinema”, Cinema National (op de hoek van de Korte Vissersstraat en de Veerstraat) kreeg er tijdens het interbellum een nieuwe concurrent bij: Robion Palace.

De eerste steen van de nieuwe cinema en het bijhorende woongedeelte werd in 1931 gelegd in opdracht van Henri Robion en zijn vrouw Anne Mennekens.

Slechts een jaar later, in 1932, werd de zaal in gebruik genomen. Eén van de eerste films die gespeeld werd in Robion Palace was The Jazz Singer met Al Jolson in de hoofdrol.

De nieuwe Rumstse cinema draaide al vanaf het begin klankfilms. Ondanks de grote populariteit van Robion Palace raakte de cinema in slechte papieren. Dit leidde in de winter van 1936 tot de inbeslagname van de cinema en het bijhorende huis.

Scène 2

Een nieuwe naam

Na de inbeslagname van Robion Palace werd het volledige complex op 7 januari 1937 verkocht aan de Mechelse Brouwerij Chevalier Marin voor 205.000 BEF (voor de millennials: dit is omgerekend 5.125 euro).

Voordat de cinema de deuren terug opende voor het publiek
werd het gebouw verbouwd. De werken werden geleid door Leopold Van den Broeck (1901 – 1939). Van den Broeck was niet aan zijn proefstuk toe, hij ontwierp eveneens de Antwerpse Cinema Festa in de Offerandestraat en Cinema Centra op het Kiel.


Na de verbouwingswerken heropende de cinema onder de nieuwe naam Roxy Palace, deze naam pronkt nog steeds op de voorgevel.

 

Roxy Palace werd vanaf 1937 uitgebaat door de Rumstenaar Leon de Bruyn. In tegenstelling tot de “oude cinema” die voornamelijk films speelde van de Warner Brothers, werkte Roxy Palace met verschillende productiehuizen waaronder Metro Goldwyn Maeyer, Universal en 20th Century Fox.

Scène 3

Roxy Palace draait Duitse kaskrakers

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de cinema in gebruik. Vanaf het begin van de oorlog werden de zaal en de inkom van Roxy Palace voorzien van balen stro om soldaten te herbergen terwijl er in de cinemazaal nog films werden gespeeld.

Zoals overal in de bezette gebieden werden enkel Duitse films vertoond die goedgekeurd waren door het regime.

Onder andere Quax der Bruchpilot (Quax, de brokkenpiloot) uit 1941 werd hier gespeeld.

Roxy Palace trok tijdens de oorlog nog steeds veel bezoekers. Dankzij de goed verwarmde zaal was het er tijdens de strenge winters aangenaam vertoeven.

 

Vanaf 1944 werd de machinekamer op de bovenste verdieping in gebruik genomen door de burgerwacht om uit te kijken voor de V1- en V2-bommen. De machinekamer was toen, op de kerktoren na, het hoogste punt van Rumst.

Scène 4

Het doek valt over Roxy Palace

Vanaf de jaren ’50 kende Roxy Palace een echte bloei. Er werden nieuwe films gespeeld en ook tal van andere activiteiten georganiseerd. De toneelgroep Abel Frans speelde voorstellingen in de zaal van Roxy Palace. Er werden ook operettes en concerten van jazz- en brassbands opgevoerd.

Vanaf 1956 werd de cinema uitgebaat door Sidonie en Albert van

Frausum. Sindsdien werden er tijdens de jaarmarkt speciale concerten en optredens georganiseerd. Tijdens de jaarmarkt van 1956 kwam de beroemde Nederlandse band “The Melodians” optreden in Roxy Palace.

In 1960 nam Karl Vercammen de cinema over. Deze nieuwe opening werd gevierd met de film De tien geboden. Karls oudere broer, Prosper Vercammen, opende onder de cinemazaal het café Negresco.

De cinema en het café waren oorspronkelijk enkel open tijdens het weekend. Vanaf 1966 vestigde de Cineclub Rumst zich in Roxy Palace. Exclusief voor de leden van de club opende de cinema en het café ook op donderdagavond. Het is dan ook geen toeval dat er in 1966 een enorm groot deel van de Rumstse jeugd lid werd van de Cineclub.

Scène 5

Roxy Palace krijgt een nieuwe bestemming

Rond het midden van de jaren ’70 sloot de cinema definitief de deuren. De plaatselijke jeugd kon zich wel nog komen vermaken in het gebouw van Roxy Palace dat was omgevormd tot dancing.

Tijdens dit nachtelijk hoofdstuk van de cinema kreeg het gebouw verschillende benamingen. De namen Negresco, Postillon, Reflex, La Noche, Carwash en Starlight doen misschien nog een belletje rinkelen.

 

Na jaren van feestgedruis en de daaropvolgende leegstand werd het gebouw begin jaren ’90 opnieuw verkocht.

Eric Scheers kocht het volledige complex en maakte het zijn missie om Roxy Palace in haar oorspronkelijke staat te herstellen. Na ontelbare containers afval en vele uren hard werk werd het woongedeelte terug bewoonbaar gemaakt. Ook het cafégedeelte werd gerenoveerd. Zo kon op 1 oktober 2000 de vzw Schavaebou de deuren openen met een kunst- en hobbyatelier.

 

De renovatiewerken voor de cinema schieten beetje bij beetje op – met de bewogen geschiedenis van Roxy Palace in het achterhoofd.

bottom of page